De doden in opstand

Gambia Rising

Donderdag 14 april. Het was een verdienstelijke poging. Het was helaas niet meer en het was nu minder. Het volk was proberen stoppen met roken en die poging was mislukt. Elke hieropvolgende poging ging nog lastiger worden dan deze eerste mislukte poging. Want de sigaret keek triomfantelijk toe. Hij had de thuismatch gewonnen. Hij kon zijn victorie claimen. Zijn kanker had zich reeds vele jaren onder zijn bevolking verspreid en doodde er zo hier en daar eentje, lukraak zo leek het wel. Anders dan met de echte sigaret was eraan toegeven veel minder gevaarlijk dan zich ertegen verzetten.

Zestien jaar na het bloedige studentenprotest in Gambia in 2000, waar tijdens een vredige demonstratie 14 studenten zomaar uit de menigte waren weggemaaid en vermoord door het leger van dictator president Yahya Jammeh, had het volk zich jarenlang angstvallig binnenshuis verscholen. Demonstreren tegen de regering was een verboden vrucht geworden waar niemand zich zomaar aan tegoed ging doen.
De bevolking van Gambia, jarenlang monddood in een land waar niets groeit en niets
beweegt, waar alle mensenrechten worden geschonden, de omgeving krioelt van spionnen en de economie stilstaat, keek als ter dood veroordeelden tegen het laatste oordeel aan. Maar dat was buiten enkelingen gerekend. Enkele durfallen deden het dan toch. In de aanloop van presidentverkiezingen geraken gemoederen altijd verhit. Deze hitte warmde hen op en in naam van de bevolking schilderden ze wat spandoeken en gingen vreedzaam op straat. Yahya Jammeh mocht zichzelf einde 2016 niet meer opvolgen. Snel gingen de marionetten van de president, de soldaten -nog meer gebrainwasht dan de rest van de bevolking- de demonstraties uit elkaar slaan. Letterlijk. Tientallen demonstranten werden voor gevangenschap meegenomen en enkelen stierven snel aan de verwondingen van folteringen.

Lees verder

Ons beiden vreemd

Ik ontmoet hem opnieuw in een cultuur die ons beiden vreemd is.

Jaren geleden was ik in Manhattan terecht gekomen. Per ongeluk. Uit een luchthaven in transit uitgespuwd op mijn terugweg uit Peru. Acht uren lang had ik gefietst tussen gebouwen zo hoog dat ik ze wil met wolkenkrabbers vergelijken die enkel daar bestaan waar ik ze aanschouwde. Ik heb gehuild op die fiets. Dikke ronde zoute tranen bolden over mijn dikke wangen. De zon brandde ze genadig teniet. Het was juli. En op de tv-schermen overal in de stad probeerde Nederland tevergeefs van Spanje te winnen in de finale van de wereldbeker. Ze dwaalden rond in de stad. In het oranje geklede gekken.
Ik kocht een hoedje in Sex and the City stijl om bij de stad te horen. Want ik was in niemandsland. Nog geen etmaal geleden had ik na drie maanden het regenwoud van Iquitos in Peru verlaten. En nog geen etmaal later zou ik in een stad zijn die ze thuis noemen. Brussel was niets van alles wat het ervoor was. Manhattan was dat ook niet. Verloren liet ik de wolkenkrabbers op me vallen. Mijn laatste energie liet me uit het puin kruipen en plots fietste ik tussen de paarden van Central Park. Enkele uren later beloofde het Vrijheidsbeeld me gevangenis tot het einde der tijden. Het was nooit te vatten. De stad was niet te ontsluiten in acht uren.

Lees verder

Hij was amper zestien

Ik ben in de VS en ik kan hen niet vertellen dat ik in de VS ben. Ik ben in de VS en ik heb mijn vliegticket bemachtigd door mijn woonplaats te verhuren, maar ook dat kan ik hen niet vertellen. Want ze zullen het niet begrijpen. Het doorverhuren en het geld uitsparen en die tickets kopen die ik anders nooit kon bekostigen.

Ze zullen het niet begrijpen en ze zullen denken dat ik rijk ben. Ze zullen nooit begrijpen dat ik maanden in Afrika overleefde op het spaargeld dat mijn landgenoten in de aankoop van een pand stoppen. Ze zullen nooit begrijpen dat dit geld wat vele anderen gebruiken voor de standvastigheid van hun leven, een huis, meubels en een kinderkamer. Dat ik dat geld in Afrikaanse omzwervingen stop, en terugkom wanneer het op is.

Dus ben ik in België. Ik ben in België en ik doe ontzettend mijn best om de verwarring met de uurverschillen op te lossen en te doen alsof ik nog langer op ben dan ik hoe dan ook altijd ben. Ik speel mijn rolletje “want Annelies, zij slaapt écht nooit.” Ja inderdaad. Soms.

En hij belt mij. Zijn naam is Alieu. En hij is in Italië. Ik heb hem nooit gezien. Maar hij heeft me gehoord. Via zijn favoriete radioshow van Fatu Camara heb ik hem onrechtstreeks toegesproken. Toen is hij erin geslaagd doorheen de tientallen Gambiaanse vriendschapsverzoeken op Facebook te breken en mij een online vriend te noemen.

Lees verder

Welkom op de blog van Nooit meer thuis

Uitgelicht

Van harte welkom!

Hier vind je blogberichten, die een aanvullend kader bieden rond mijn boek (2 mei, uitgeverij Polis). Deze blogberichten gaan over verhalen en gebeurtenissen uit mijn reis van West-Afrika naar Europa, brengen nieuwe ontmoetingen aan en bieden achterafverhalen van bestaande boekpersonages. Dit alles direct gelinkt aan het hoofdverhaal van mijn boek.