Groene Pluim

Op 12 maart kreeg ik van Groen Oostkamp de Groene Pluim

Naar aanleiding van het lente-ontbijt op 12 maart reikte Groen Oostkamp de Groene Pluim uit aan Annelies D’Hulster. Annelies is afkomstig uit Hertsberge. Ze studeerde Moraalwetenschappen en Ontwikkelingssamenwerking. Ze werkte als vrijwilliger in Tanzania, Zuid-Afrika, Oeganda en Peru. Daarnaast schreef ze ook regelmatig artikel voor Mo*.

Naar aanleiding van de vluchtelingencrisis reisde ze in 2014 naar de kampen in Sicilië en Lampedusa. Ze geraakte er geïntrigeerd door de verhalen die ze er hoorde en besloot om zelf een deel van de vluchtelingenroute doorheen Afrika te volgen. Op haar reis ontmoette ze familieleden van vluchtelingen en Afrikanen die zelf hun vlucht voorbereidden.  Terug thuis schreef ze er het boek ‘Nooit meer thuis’ over. Het boek haalde diverse keren de pers, Annelies was ook te gast in diverse radio- en tv-programma’s.

In een kort interview tijdens het ontbijt vertelde ze vrijuit over haar ervaringen, over de verhalen die had opgetekend en over de toestand in de landen die ze had bezocht. Aan het einde had ze ook een boodschap voor de aanwezigen: ‘blijf vragen stellen en geloof niet wat wordt verteld’. Politici en internationale instellingen hebben immers hun eigen agenda en zijn niet steeds gebaat bij de waarheid, ook niet als het over vluchtelingen gaat!

Patrick Vanden Berghe

Oppositie triomfeert in Gambia

Verschenen bij MO.be 5 december 2016

Oppositie triomfeert in Gambia, massale mobilisatie verwacht

Als een dictator, die zichzelf zag als uitverkoren door god en daarom beloofde een miljoen jaar te regeren, verkiezingen uitschrijft, geeuwt de wereld. In Gambia draaide die voorspelbare oefening echter uit op een klinkende overwinning van de oppositie. En de dictator? Die gaat weer boeren, zegt hij.

  • © Thierry Gouegnon/Reuters

Vrijdag 2 december. Gehaast surf ik van website naar website en spring van Twitter naar Facebook. Er beginnen hoopgevende berichten binnen te komen. Adama Barrow lijkt te winnen.

Maar dat wil nog niets zeggen. Er zijn wel eens eerder berichten van hoop uit Gambia gesijpeld. Eind 2014 bijvoorbeeld, bij de mislukte staatsgreep tijdens mijn verblijf, of nog dit jaar in april, wanneer er voor het eerst in zestien jaar in Gambia werd geprotesteerd met alle arrestaties en enkele executies van dien. Telkens opnieuw waren de Gambianen enigszins hoopvol. Ooit moest hun land toch van deze tiran bevrijd worden? De hoop werd keer op keer de kop ingedrukt en de inwoners ploeterden verder.

Tegen de middag na de verkiezingsdag lijken de resultaten zekerheid te geven. Maar dan begint het nagelbijten pas. Zal Yahya Jammeh zijn nederlaag toegeven? Hoe ziet de val van een dictator er nu weer uit?

‘Jammeh geeft zijn nederlaag toe.’ Mijn vrienden en kennissen uit de diaspora verspreiden het nieuws, het is omstreeks 3 uur in de middag. Hun ongeloof klinkt ook door in hun berichten. Kloppen deze gegevens wel? Het blijft wachten op de verklaring van de president zelf.

‘Ik word opnieuw landbouwer en ga het land in Kanilai bewerken’

Dat zegt Jammeh tegen verkozen president Barrow aan de telefoon. Wellicht vermoedt Jammeh dat hij zichzelf met deze woorden een einde zoals Kaddafi kan besparen. De dictator die zijn nederlaag toegeeft. Het overtreft hun stoutste dromen. ‘Ik ga een miljoen jaar aan de macht blijven’, had hij eerder beloofd. En de mensen in Gambia, die twijfelden er na enige jaren onder zijn dictatuur niet meer aan dat ze zijn woorden serieus moesten nemen.

Als het lukt om de verkiezingen zelf eerlijk te laten verlopen, dan zal Barrow hoe dan ook verkozen worden. Daar was iedereen het al over eens. Maar dat Jammeh dit resultaat niet zou aanvechten, dat had niemand kunnen en durven voorspellen.

Het geeft hoop aan andere Afrikaanse landen. Zimbabwanen bijvoorbeeld feliciteren de Gambianen overvloedig

Hoe kan een dictator democratisch worden weggestemd? Het geeft hoop aan andere Afrikaanse landen. Zimbabwanen bijvoorbeeld feliciteren de Gambianen overvloedig. Maar het doet ook vragen rijzen. Dit proces moet onderzocht worden zodat het kan gedupliceerd worden in andere landen. Enkele moedige mannen op sleutelposities maakten het verschil. De voorzitter van de onafhankelijke kiescommissie bijvoorbeeld. Nog voor alle resultaten binnen waren, wist hij dat Barrow mathematisch had gewonnen. Hierop lichtte hij de politie en de minister van Binnenlandse Zaken in.

Wanneer deze minister aan Jammeh de resultaten voorlegde, weigerde Jammeh zijn nederlaag te aanvaarden en bedreigde hij de voorzitter.

De heer Papa Alieu Mamar Njai, deze man zal nu wel voor eeuwig aanzien genieten in Gambia, liet dit echter niet gebeuren en telefoneerde hierop met de Amerikaanse ambassade voor diplomatieke hulp. De diplomaten – er is sprake van de Nigeriaanse president Muhammadu Buhari, ex-VN secretaris-generaal Kofi Annan en voormalig Nigeriaans president Olusegun Obasanjo – oefenden hierop diplomatieke druk op de legercommandant van de presidentiële veiligheid en vertelden hem zich niet te laten overhalen door Jammeh’s verzet.

Zonder de ruggesteun van zijn eigen leger, zag Jammeh geen andere uitweg dan de uitslag te aanvaarden. Dit is hoe de verkiezingsnederlaag zich zou hebben voltrokken. In de komende weken en maanden kan deze versie nog aangepast worden. De details zullen wellicht langzaam aan het licht komen.

Wij feliciteren elkaar

Voor je verjaardag, voor de geboorte van je kind, voor een huwelijk maar boven alles voor het verkiezen van de juiste president, word je in Gambia gefeliciteerd. Want hiervoor is moed nodig geweest en het resultaat is een verdienste die alle Gambianen samen op hun conto kunnen schrijven. Welverdiende klop op de borst.

Congrats my brother’, ‘Congrats to all people of the Gambia!’ Iedereen feliciteert elkaar en de gelukswensen stromen toe van overal in de wereld.

Maar vooral de journalisten in ballingschap, die sinds jaren vanuit hun nieuwe thuisbasissen de situatie in Gambia bleven aanklagen. Zij die jarenlang van buitenaf met de pen bleven strijden tegen het regime, en daardoor de hoop van de Gambianen bleven voeden, worden nu bedankt.

Naarmate de uren verstrijken word ik jaloers. Ik wil er zijn. Ik kan er zijn. Ik kan ook terugkeren. Ik mag ook terugkeren. ‘Congratulations’, bel ook ik rond naar mijn vrienden. ‘Thank you, thank you! We are partying so much.’ We zijn zo blij, iedereen is aan het feesten! Ze schreeuwen me toe vanaf de andere kant van de lijn.

5600 km tussen de winter in België en de lente in Gambia. Gambia spring(t). ‘Wist je dat de mensen in de straten alle affiches van Jammeh van de muren halen en verbranden. Stel je dit voor, tot voor enkele dagen werd je daarvoor hier vermoord of gevangen genomen.’ ‘This is the New Gambia’ schreeuwen ze, ‘come here soon and celebrate with us!

‘Maandag 5 december gaan we met z’n allen te voet naar Banjul om te kijken of onze vorige oppositieleider wel wordt vrijgelaten.’

Die vrienden die ik daar achterliet toen ik hals over kop het land verliet. Het land dat mij en alle anderen die het ooit verlieten nu weer zou omhelzen en opnieuw toelaten.

‘Het is als een droom waaruit ik nooit wil ontwaken. Wist je dat de grote Gambiaanse artiest Jaliba Kuyateh gisterenavond gratis optrad in Brikama?! En morgen (maandag 5 dec) gaan we met zijn allen te voet van Serekunda – het economische hart van Gambia – naar Banjul om er te gaan kijken of onze vorige oppositieleider Ousainou Darboe werkelijk wordt vrijgelaten.’ Alagie’s stem springt een beetje opgewonden heen en weer en rond hem hoor ik vrolijke stemmen kwekken.

Lijstjes worden gemaakt. Mensen worden gelauwerd. De tal van doden die gevallen zijn onder het regime van Jammeh. Rouw is nu eindelijk mogelijk. Collectief rouwen gebeurt hier hand in hand met collectief juichen. Want na 22 jaar mogen emoties getoond worden. Na 22 jaren kan je er niet meer voor afgestraft worden om een mening te hebben. De eerste nacht na de verkiezingsuitslag testen mensen in Gambia dit volop uit. Ze gaan de straten op en schreeuwen Jammeh allerhande verwensingen toe. De ontlading die dit geeft moet immens zijn. Angst die jarenlang opgespaard werd, kan nu uit hun lijven vloeien.

A new wind is blowing in The Gambia’. De vermoeidheid en verlamming van de afgelopen jaren zijn al met één nachtje feesten en onbezorgd meningen uiten weg gedanst. Zin hebben ze om te ondernemen, om te investeren en het land terug op te bouwen. Ground Zero om te toveren tot een paradijs, en de kust van Gambia weer écht smiling te maken.

De invloed van de diaspora

‘Ook in de twee weken voorafgaand aan de verkiezingen was de ‘wind of change’ reeds merkbaar in het land’, beweren mijn vrienden ginds. Sinds de vorming van een oppositie-coalitie leken de mensen minder bang. Het geloof dat het nu wel eens echt zou kunnen veranderen was zo groot, dat hordes mensen samen de komst van de karavaan met Barrow van Brikama tot Brufut midden in de nacht omringden. Want daarin zat hun nieuwe president. Zo moest het zijn.

‘Tijdens de twee weken campagne van de coalitie voelde ik het’, zegt Kebba. Het volk was er echt klaar mee. En er was minder angst. Mensen durfden echt als een blok achter de coalitie te staan.

Veel informatie die Gambianen in het land ontzegd werd door de beknotting van de persvrijheid, werd hen via sociale media uit het buitenland toegezonden.

De invloed van de diaspora is niet te onderschatten, beweren ze. Nooit eerder was er zo’n machtsblok tegen Yahya Jammeh. En daar hebben de Gambianen in de diaspora en de sociale media voor gezorgd. Vanuit de VS en Senegal, vanuit de radiostations buiten Gambia werden de Gambianen bereikt. Ook via Twitter, Facebook, What’s App en Viber.

De coalitie met Barrow werd er georganiseerd en ook voor sponsoring van de campagne werd van buiten Gambia opgeroepen. Veel informatie die Gambianen in het land ontzegd werd door de beknotting van de persvrijheid, werd hen via sociale media uit het buitenland toegezonden. Zonder de kracht van de minder angstige Gambianen in het buitenland was het wellicht nooit gelukt om de bevolking zo krachtig op de been te krijgen, als één blok achter Barrow. Want in de vorige verkiezingen waren er te veel verschillende kandidaten en werden mensen ook niet gestimuleerd überhaupt te gaan stemmen.

Dat het internet werd platgelegd en de internationale telefoongesprekken onmogelijk werden gemaakt vanaf de nacht voor de verkiezingen heeft Jammeh niet meer kunnen helpen. De democratische revolutie was niet meer te stoppen.

Terug naar huis?

All my bags are packed. Am ready to go’ schrijft mijn vriend Sheriff op Facebook. Bijna twee jaar geleden ontmoette ik hem voor het eerst. ‘Mijn vader is gestorven en ik heb hem nooit meer kunnen zien.’ We zaten op een terrasje aan de zee in Dakar en ik merkte de tranen in zijn ooghoeken op. Ik wou hem spreken over de grote uittocht uit zijn land, maar vrij snel hadden we het over de gevangenis die zijn land is, en over hoe dat ons heeft getroffen.

Sheriff is een grote meneer in Senegal, en alom bekend in Gambia. Hij reist voor WADR (West Africa Democracy Radio) naar pakweg Sierra Leone en Liberia om reportages te maken over de ebola en naar Nigeria om de presidentsverkiezingen te verslaan en werkt alle dagen en nachten vanuit zijn nieuwe thuisbasis Dakar omringd met nieuwe collega’s en kennissen. Heel West-Afrika reist hij rond, enkel in Gambia komt hij niet meer binnen.

Hij is slechts een van de vele Gambianen die ik ken in de diaspora. Een van de velen die hun land en hun familie moesten achterlaten in ruil voor hun vrijheid en lijfsbehoud.

Nu er een nieuwe president is verkozen, gaan zij dan ook weer terug naar huis? Schudden ze het zand van de ellenlange weg naar Europa van zich af?

Doorheen de jaren van angst onder Jammeh namen steeds meer Gambianen de benen. Niet allen vreesden ze voor hun leven, velen verlieten het land ook om economische redenen. Omdat werken en ondernemen er in de dictatuur niet simpel werd gemaakt. Torenhoge belastingen, geen investeringen, geen groei en geen mogelijkheden. Jaar na jaar verhoogde het aantal jongeren die de ‘achterdeur naar Europa’ namen. Vol moed vertrokken ze met niets meer dan wat zakgeld uit de opbrengsten van de verkoop van hun hebben en houden.

Ik kwam ze tegen op hun en mijn weg naar Europa (zie ‘Nooit meer thuis’). Naarmate de tocht verder ging en ze meer en meer teleurstellingen te verbijten kregen, ging de hoop over in wanhoop. Maar eenmaal de ‘point of no return’ gepasseerd, zo ergens halverwege, meestal in Niger, was er geen weg meer terug. Vooruit moesten ze, want thuis zou nooit meer thuis zijn, en de opofferingen waren al te groot geweest om nu nog op te geven.

Nu er een nieuwe president is verkozen, gaan zij dan ook weer terug naar huis? Schudden ze het zand van de ellenlange weg naar Europa van zich af? Vergeten ze alle trauma’s die ze onderweg hebben verzameld? Is de mogelijkheid van ‘thuis’ belangrijker dan de som van alle opgestapelde ellende?

‘Nee Annelies’, hoor ik zeer snel aan de hoorn. ‘Zolang we geen papieren hebben hier in Duitsland of Italië kunnen we niet terug naar Gambia.’ Documenten hebben en op en af gaan naar Gambia geniet duidelijk de voorkeur. Dit geluid weerklinkt zowel bij de politiek vluchtelingen als bij de eerder economisch migranten. Hoewel de eerste groep oorspronkelijk voor veiligheid het land uitvluchtte, willen ze nu ook niet meteen alle kansen op rechten in Europa uit handen geven. Niet na alle moeite en alle ellende die ze reeds moesten doorstaan om zo ver te komen.

‘Want we moeten ginds van nul terug starten. En dus moeten we een spaarpot hebben vooraleer we terug naar ons thuisland terugkeren.’ Amadou droomt reeds luidop om een transportbedrijf op te starten in ‘The New Gambia’.

Yaya vertelt dat er onmiddellijk na de eerste ontladingen ook al zorgen kwamen opzetten bij enkelen. Want als Gambia nu als een ‘veilig land’ beschouwd zou worden, zullen ze dan gedeporteerd worden uit Europa?

Ook Bajerreh, mijn vriend de luitenant die als veiligheidsagent van Jammeh’s familie onder doodsbedreigingen het land uit vluchtte naar Senegal, kijkt voorlopig nog de kat uit de boom. Want zolang Yahya Jammeh niet werkelijk is opgesloten en de nieuwe president nog niet op de troon zit, is hij er niet van overtuigd dat de kust volledig veilig is. In januari, na de inauguratie van Barrow, begint voor hem pas zijn nieuwe leven in vrijheid terug in Gambia bij zijn vrouw en dochters.

Hoe herstel je een kapot land?

Op maandag 5 december verzamelt de mensenmassa zich om gezamenlijk naar Banjul te trekken en de vrijlating van Ousainou Darboe te eisen in de rechtbank bij zijn aantekening tot beroep. Advocaat Darboe was alle vorige verkiezingen de grootste tegenstander van Jammeh en werd bij protesten in april dit jaar gevangengenomen. Ooit had ik zelf een ontzettend fijn gesprek met de moedige man. Het belooft een van de grootste verzameling mensen te worden in de geschiedenis van Gambia. Eens de lont is aangestoken is er geen houden meer aan. Op de deining van de overwinningsvreugde zullen nu alle verloren rechten terug opgeëist worden. Er is alvast goede hoop op een prachtige nieuwe toekomst.

‘Hij moet de werkelijkheid van de Gambiaanse gevangenissen nu maar eens met eigen ogen aanschouwen.’

In januari wordt de nieuwe president beëdigd en tot dan is het zaak ervoor te zorgen dat Jammeh het land niet ontvlucht. Want ook daarover zijn de Gambianen het eens. Hij moet en zal berecht worden voor alle gruwel die hij zijn bevolking aandeed. Gaan rentenieren als landbouwer, het zal hem niet gegund worden. ‘Wil je hem dan in Den Haag veroordelen?’ ‘Neen, want hij moet de werkelijkheid van de Gambiaanse gevangenissen nu maar eens met eigen ogen aanschouwen.’

Er wordt ook verwacht dat met de terugkomst van de Gambianen uit de diaspora, en met de gloed van een nieuwe democratisch verkozen president, de economie nu eindelijk uit het slop zal geraken. Men zal opnieuw vertrouwen hebben om te investeren in het land, en dat zal er op zijn beurt voor zorgen dat ‘de backway to Europe’ zijn aantrekking zal verliezen. Jarenlang was Gambia een van de belangrijkste herkomstlanden van mensen die de Middellandse Zee overstaken richting Italië, maar hierin zal nu wellicht verandering komen.

Maar het zal allemaal veel tijd vergen. Daar zijn mijn Gambiaanse vrienden het over eens. Het land staat op de rand van de afgrond, en het zal veel bloed, zweet en tranen kosten om het weer op te bouwen. Ook wordt er gevreesd dat Jammeh de staatskas tot de laatste cent heeft geplunderd. Men heeft weet van zijn eigendommen in de VS en zijn bankrekeningen in Marokko en andere landen. Wat als er niets meer overblijft?

En hoe snel of traag zal het psychologisch herstel verlopen? Nog steeds is de bevolking in de ban van geruchten en complottheorieën: dat krijg je met een president die zijn bevolking 22 jaar lang angst en achtervolgingswaanzin heeft bijgebracht.

Hoe herstelt het vertrouwen in een land? Hoe herstelt het vertrouwen in een hoofd? Hoe genees je mensen die opgegroeid zijn met terreur en angst. Komt vertrouwen zomaar terug van de ene dag op de andere? Er zijn nog veel vragen. De komende weken en maanden zullen het uitwijzen. Dat de nieuw verkozen president Adama Barrow geen cadeau gekregen heeft, daar was hij wellicht zelf al uit.

Even if people have to forgive, the trauma, the scars and the injuries will stay with them for the rest of their lives. As Nelson Mandela said, ‘we may forgive but we can never forget’ -Bunja Darboe

Verschenen bij MO.be

http://www.mo.be/analyse/oppositie-triomfeert-gambia-dictator-wil-opnieuw-boer-worden

1 december – Gambia Decides?

blogstuk-1-december

#GambiaDecides is de hashtag van de dag voor alle Gambianen en eenieder die geeft om het kleinste Afrikaanse land.
Maar klopt dit wel? Kan ‘Gambia’ beslissen, en wie of wat representeert Gambia vandaag?
Sinds 1994 leven de Gambianen onder de dictatuur van Yahya Jammeh. Sindsdien heerst een klimaat van repressie en psychologische terreur.

(lees ook: De beschuldigende blik van de Gambiaanse president)

Ik hou mijn hart vast, en ik ben hierin beslist niet de enige. Overal hoor ik van mijn Gambiaanse vrienden, waarvan er velen in verbanning leven, de voorzichtige hoop op verandering. Maar niet zelden is die hoop in gevecht met de angst dat het misloopt.
“I have hope and that is what makes me so scared.” Hij leeft sinds 14 jaren in verbanning in Dakar, Senegal en is een van de tientallen Gambianen die ik in verbanning ontmoette. Een van de velen die nooit meer thuis zullen zijn.

(zie ook – “Nooit meer thuis” voor tal van verhalen van Gambianen onderweg en gevlucht voor het regime)

Er is de angst voor het meest reële scenario dat Jammeh de verkiezingen verliest maar deze nederlaag niet zal erkennen. De angst dat corruptie nog maar eens hoogtij zal vieren en dat Jammeh de overwinning onterecht op zijn naam zal schrijven.
Maar zal het volk dit nog aanvaarden? Zullen de angst en de psychologische terreur hun stemmen weer doen zwijgen of overwint vandaag de woede?
Gespannen volg ik de verkiezingen via de radio in Senegal en de VS en via mijn vele Gambiaanse vrienden in verbanning.

Maar de stemmen vanuit Gambia zijn vandaag nog maar eens monddood gemaakt. Want deze nacht is de internetverbinding uitgeschakeld en zijn internationale telefoongesprekken van en naar Gambia onmogelijk gemaakt.

De komende uren en dagen zullen cruciaal zijn en de komende jaren van het land bepalen.

Verdrinken in de Middellandse Zee

Ik rijd van Brussel naar Gent. Regen tikt zachtjes tegen de ramen. Zaterdag verkocht ik boeken op het Wereldfeest in Leuven en ik heb er goed gedanst op muziek van Kel Assouf. Het is zondagmiddag, muziek knalt uit de geluidsboxen en ik keel luidkeels mee. Om 15u is er een kort journaal. 700 mensen zijn wellicht verdronken in de Middellandse Zee. De muziek speelt verder. Ik rijd verder en zij gaan dood.

De Britse The Guardian is altijd bijzonder goed op de hoogte van de laatste feiten. Waar Belgische kranten, TV en online magazines de vermoeidheid reeds voelen als het wederom om een ongeluk op zee gaat, voelt dit Britse voorbeeld dit niet als zodanig aan.
Opnieuw 1000 doden voorbije week op de Middellandse Zee, kopt ze op 31 mei.
Als je nu de Middellandse Zee oversteekt van Libië naar Italië heb je een kans van 1 op 23 om de overkant niet te halen. Nooit is dit cijfer zo hoog geweest.

Op 1 juni kopt MSF Sea via twitter

MSF Sea 1 juni

Op 2 juni hebben 224 mensen dit geretweet maar ik vrees dat het daarbij blijft.

‘800.000 wachten in Libië’
Elk jaar sterven opnieuw meer mensen in de Middellandse Zee. Die zee met die mooie stranden, waar we Aperol drinken en verse vis eten.
En in de woestijn van Niger en Libië. Laten we de woestijn niet vergeten. De honderden naamloze slachtoffers die daar reeds hun laatste rustplaats vonden, zijn nooit onderwerp van gesprek. Nochtans moet je eens met de aangespoelde migranten praten die ‘The Backway to Europe’ hebben genomen.
Ik word terug geworpen, zoals zo vaak, naar mijn maandenlange omzwervingen in hun voetsporen. Van zij die de weg enkel vooruit zien. Tal van redenen hebben ze hiervoor, die wij in onze berichtgeving zo zeldzaam opnemen.

Van Agadez naar Sabha

(Migranten onderweg voor -als alles goed loopt- 3 dagen en nachten in de woestijn tussen Agadez (Niger) en Sabha (Libië))

Volgens de VN wachten honderdduizenden migranten en vluchtelingen aan de kusten van Libië om de oversteek te wagen. En ze wachten, al dan niet geduldig, in Libië om vooruit te komen. De honderden gewapende bendes in het verscheurde land hebben hen nu helemaal in een benarde positie gebracht.
Bizar in de huidige berichtgeving is dat men het “niet zeker weet” of de schepen nu gezonken zijn. Vast zou staan, dat ze vermist zijn.
Met man en macht wordt, terecht, gezocht naar een verdwenen vliegtuig met 66 personen aan boord. Maar waar zijn de zoekacties voor de honderden verdwenen mannen, vrouwen en kinderen van de Middellandse Zee? Ook hun families wachten in het verre Afrika op een teken. Een teken van leven of desnoods dood. Om de tergende ijle hoop te kunnen opbergen.
‘Snijd de smokkelaars de pas af’
‘We moeten de smokkelaars stoppen en hun routes afsnijden’, roepen velen. ‘Want als we de vluchtelingenroutes afsluiten, dan blijven ze ginds’. Dat wordt geopperd. Gehoopt. Verlangd. Door de bange Europeaan. Maar deze veronderstelling is fout. Ook in deze problematiek heerst de economische wet van vraag en aanbod. Zolang mensen hun huis willen verlaten door tal van redenen om het elders een beetje beter te hebben, zullen er andere mensen zijn die hen hierbij graag helpen.

Ze hebben allemaal hun hoop en hun bestaansrecht in onze contreien gevestigd. We kunnen meer doen. We kunnen andere dingen doen. Schroeder van IOM (International Organisation Migration) oppert voor een kans op seizoensarbeid voor Afrikanen.
Met eigen ogen heb ik gezien dat het oprollen van smokkelroutes niet zal helpen. In Agadez, Niger kwamen de huizen met de verzamelde smokkelaars en hun ‘agents’ even in gevaar, en onmiddellijk werden er nieuwe oplossingen naar voren geschoven. De weg vooruit via Algerije verleggen, bijvoorbeeld.
Europese ‘oplossingen’

Op de tafel van de EU liggen verschillende opties om de situatie aan de Libische kusten ‘op te lossen’. Maar mensen zijn niet op te lossen.
Een ervan is om haar Middellandse Zee-vloot vlak bij de Libische kust te laten patrouilleren, en zo in de mogelijkheid te stellen af en toe smokkelbendes te kunnen oprollen. De vraag blijft wat er dan met de migranten en vluchtelingen gebeurt. Ze komen uit Libië met verhalen over verkrachtingen, opsluitingen, uitbuiting en moorden. Wanneer ze door Libische milities worden opgepakt wachten hen vreselijke tijden in de gevangenis.

Wat moet er met hen gebeuren? Tientallen en duizenden lieten reeds het leven onderweg door de woestijn of erna in de zee. Tientallen zijn getraumatiseerd door alle gebeurtenissen die ze onderweg, in Libië, de woestijn en de zee meemaken om ons continent te bereiken. De tientallen die desondanks niet knettergek geworden zijn, en die we zouden kunnen belonen voor hun daadkracht, voor hun ijzeren wil, voor hun overlevingskracht.
Beste ondernemer, kunt u zich betere werknemers voorstellen?

Ze willen wat wij allen willen. Een toekomst. Voor vrouw en kinderen en voor zichzelf. Ze hebben geen bovenmenselijke wensen van het leven naast overleven, en een steentje verleggen. Zolang wij hen niet helpen met kansen om die droom in hun thuisland te verwezenlijken, waar ze weg moesten omwille van politieke, culturele of economische redenen, zullen ze blijven hopen en komen naar ons continent waar we zo trots op zijn omwille van de verworvenheden die de Franse Revolutie ons geschonken heeft.
Waar een wil is, is een weg. Het zal heus niet helpen smokkelbendes op te rollen. Ook smokkelen is een manier van overleven geworden.

Maar helaas voor hen, zij met een oerkracht in zich die wij reeds lang verloren op het blanke continent, zijn het enkel de VN en IOM die waarschuwen, de Britse Guardian die rapporteert en alle anderen ogen die zich afwenden. Want zoals Koen Fillet terecht oppert op twitter wordt het wachten op de eerste panda die verdrinkt in de Middellandse Zee.
Verder lezen –

In mijn boek ‘Nooit meer thuis’ leest u de ware (on)menselijke mensenverhalen van wat de migranten overkomt in hun thuisland, onderweg richting woestijn, door Libië en de Zee.

Hierbij sluit ook een artikel aan dat ik een jaar geleden schreef naar aanleiding van de reeks bootongelukken in april 2015. Hier leest u de mening van de wachtende migranten in Niger –
http://www.mo.be/wereldblog/we-kunnen-sterven-de-middellandse-zee-maar-ook-ons-bed

Nog een bidden voor vertrek

De doden in opstand

Gambia Rising

Donderdag 14 april. Het was een verdienstelijke poging. Het was helaas niet meer en het was nu minder. Het volk was proberen stoppen met roken en die poging was mislukt. Elke hieropvolgende poging ging nog lastiger worden dan deze eerste mislukte poging. Want de sigaret keek triomfantelijk toe. Hij had de thuismatch gewonnen. Hij kon zijn victorie claimen. Zijn kanker had zich reeds vele jaren onder zijn bevolking verspreid en doodde er zo hier en daar eentje, lukraak zo leek het wel. Anders dan met de echte sigaret was eraan toegeven veel minder gevaarlijk dan zich ertegen verzetten.

Zestien jaar na het bloedige studentenprotest in Gambia in 2000, waar tijdens een vredige demonstratie 14 studenten zomaar uit de menigte waren weggemaaid en vermoord door het leger van dictator president Yahya Jammeh, had het volk zich jarenlang angstvallig binnenshuis verscholen. Demonstreren tegen de regering was een verboden vrucht geworden waar niemand zich zomaar aan tegoed ging doen.
De bevolking van Gambia, jarenlang monddood in een land waar niets groeit en niets
beweegt, waar alle mensenrechten worden geschonden, de omgeving krioelt van spionnen en de economie stilstaat, keek als ter dood veroordeelden tegen het laatste oordeel aan. Maar dat was buiten enkelingen gerekend. Enkele durfallen deden het dan toch. In de aanloop van presidentverkiezingen geraken gemoederen altijd verhit. Deze hitte warmde hen op en in naam van de bevolking schilderden ze wat spandoeken en gingen vreedzaam op straat. Yahya Jammeh mocht zichzelf einde 2016 niet meer opvolgen. Snel gingen de marionetten van de president, de soldaten -nog meer gebrainwasht dan de rest van de bevolking- de demonstraties uit elkaar slaan. Letterlijk. Tientallen demonstranten werden voor gevangenschap meegenomen en enkelen stierven snel aan de verwondingen van folteringen.

Lees verder

Ons beiden vreemd

Ik ontmoet hem opnieuw in een cultuur die ons beiden vreemd is.

Jaren geleden was ik in Manhattan terecht gekomen. Per ongeluk. Uit een luchthaven in transit uitgespuwd op mijn terugweg uit Peru. Acht uren lang had ik gefietst tussen gebouwen zo hoog dat ik ze wil met wolkenkrabbers vergelijken die enkel daar bestaan waar ik ze aanschouwde. Ik heb gehuild op die fiets. Dikke ronde zoute tranen bolden over mijn dikke wangen. De zon brandde ze genadig teniet. Het was juli. En op de tv-schermen overal in de stad probeerde Nederland tevergeefs van Spanje te winnen in de finale van de wereldbeker. Ze dwaalden rond in de stad. In het oranje geklede gekken.
Ik kocht een hoedje in Sex and the City stijl om bij de stad te horen. Want ik was in niemandsland. Nog geen etmaal geleden had ik na drie maanden het regenwoud van Iquitos in Peru verlaten. En nog geen etmaal later zou ik in een stad zijn die ze thuis noemen. Brussel was niets van alles wat het ervoor was. Manhattan was dat ook niet. Verloren liet ik de wolkenkrabbers op me vallen. Mijn laatste energie liet me uit het puin kruipen en plots fietste ik tussen de paarden van Central Park. Enkele uren later beloofde het Vrijheidsbeeld me gevangenis tot het einde der tijden. Het was nooit te vatten. De stad was niet te ontsluiten in acht uren.

Lees verder

Hij was amper zestien

Ik ben in de VS en ik kan hen niet vertellen dat ik in de VS ben. Ik ben in de VS en ik heb mijn vliegticket bemachtigd door mijn woonplaats te verhuren, maar ook dat kan ik hen niet vertellen. Want ze zullen het niet begrijpen. Het doorverhuren en het geld uitsparen en die tickets kopen die ik anders nooit kon bekostigen.

Ze zullen het niet begrijpen en ze zullen denken dat ik rijk ben. Ze zullen nooit begrijpen dat ik maanden in Afrika overleefde op het spaargeld dat mijn landgenoten in de aankoop van een pand stoppen. Ze zullen nooit begrijpen dat dit geld wat vele anderen gebruiken voor de standvastigheid van hun leven, een huis, meubels en een kinderkamer. Dat ik dat geld in Afrikaanse omzwervingen stop, en terugkom wanneer het op is.

Dus ben ik in België. Ik ben in België en ik doe ontzettend mijn best om de verwarring met de uurverschillen op te lossen en te doen alsof ik nog langer op ben dan ik hoe dan ook altijd ben. Ik speel mijn rolletje “want Annelies, zij slaapt écht nooit.” Ja inderdaad. Soms.

En hij belt mij. Zijn naam is Alieu. En hij is in Italië. Ik heb hem nooit gezien. Maar hij heeft me gehoord. Via zijn favoriete radioshow van Fatu Camara heb ik hem onrechtstreeks toegesproken. Toen is hij erin geslaagd doorheen de tientallen Gambiaanse vriendschapsverzoeken op Facebook te breken en mij een online vriend te noemen.

Lees verder